Coccidiose


Coccidiose is een parasitaire ziekte die veroorzaakt wordt door een darmparasiet, de coccidia. Bij katten wordt coccidiose gewoonlijk veroorzaakt door de Isospora felis en Isospora rivolta. Katten kunnen daar op twee verschillende
manieren mee besmet raken: • Door het inslikken van de sporen van oöcyten (ingekapselde eitjes die zich op de grond bevinden) • Door het eten van een besmette prooi. Besmetting van kat op kat is ook mogelijk. De klinische tekenen van coccidiose: • Asymptomatisch bij gezonde volwassen katten, mogelijk ontstaan van voorbijgaande diarree. • Bij kittens van 1 tot 6 maanden veroorzaakt coccidiose diarree, uitdroging, anorexie en soms zelfs sterfte . PREVENTIE - De kattenbakken dagelijks reinigen (de spoorvorming gebeurt na 48 uur; dagelijks de kattenbakken schoonmaken voorkomt de aanwezigheid

van de sporen van oöcyten) - Uitwerpselen snel verwijderen - Stoom, kokend water en ammonia 10% gebruiken - Besmette volwassen dieren opsporen en behandelen
Wist u dat ? Na de infectie ontwikkelen de coccidiae zich in het spijsverteringskanaal. Na één darmcyclus scheiden de katten oöcyten uit. Die zijn
bijzonder resistent (tegen detergenten, droogte, ...). Na 24-48 uur vormen ze sporen waaruit oöcyten ontstaan die besmettelijk zijn voor

carnivoren. Die blijven verschillende maanden of zelfs jarenlang levensvatbaar buiten het lichaam (op de grond, ...).

Giardiasis


Net als coccidiose is giardiasis een ziekte die veroorzaakt wordt door een darmparasiet. Giardiasis komt hoofdzakelijk voor bij kittens van jonger dan een jaar, maar kan ook optreden bij volwassen katten. Giardiasis wordt via feco-orale weg overgedragen: de parasieten, die minder resistent zijn dan de coccidieae, zijn aanwezig in het darmstelsel,
belanden zo in de uitwerpselen. PREVENTIE - Ontsmetten met quaternaire ammoniumverbindingen - Alle dieren behandelen, zelfs als ze niet ziek zijn.
En besmetten op die manier de leefomgeving van het dier (eten en water). Volwassen katten zijn meestal asymptomatische dragers die zo de besmetting in stand houden. Deze parasitaire ziekte manifesteert zich bij kittens door • uitdroging • buikpijn • papperige, vettige en slecht ruikende diarree • groeiachterstand • futloosheid

Toxocariasis


Toxocariasis is een intestinale parasitose die veroorzaakt wordt door een Ascarisworm (Toxocara cati of Toxascaris leonina).
Toxocariasis is de meest voorkomende parasitaire ziekte bij jonge katten. De overdracht: de cyclus van Ascariswormen : De volwassen worm leeft in het eerste derde van de dunne darm. De uitwerpselen van besmette katten bevatten larven van de Ascaris. Buiten het lichaam duurt het in goede omstandigheden 15 tot 21 dagen voor de eitjes rijp zijn. Als de eitjes door een kat ingeslikt worden,

komen er larven uit. Die migreren dan door het hele lichaam van het dier (darmen, lever en hart). Wanneer de larven de volwassen leeftijd bereiken, planten ze zich voort en leggen ze eitjes die in de ontlasting uitgescheiden worden. Die eitjes besmetten vervolgens op hun beurt andere dieren uit de groep. De Toxocara cati heeft de eigenschap dat hij bij drachtige poezen rechtstreeks naar de melkklier migreert en zo de kittens besmet (via de melk). De kittens raken dus al op erg jonge leeftijd besmet, ofwel via de melk ofwel via de eitjes die hun soortgenoten in hun leefomgeving uitscheiden. De klinische tekenen van toxocariasis: • Vaak asymptomatisch bij volwassen dieren • Bij kittens leidt toxocariasis tot diarree, braken, groeiachterstand en darmobstructie door grote hoeveelheden Ascaris in de darmen. PREVENTIE - Uitwerpselen snel verwijderen en de kattenbakken dagelijks schoonmaken. - Detergent en stoom gebruiken.


Pulicosis


Het betreft een infestatie met vlooien (in 90% van de gevallen door de Ctenocephalides felis), externe parasieten van honden en katten. In zeldzame
gevallen kunnen vlooien die door knaagdieren en vogels overgedragen worden ook op katten parasiteren. De volwassen vlooien die op het dier aanwezig zijn veroorzaken klinische symptomen (jeuk, allergische dermatitis door vlooienbeten,) en vertegenwoordigen amper 5% van de totale vlooienpopulatie. De overige 95% van de populatie bevindt zich in de vorm van onvolgroeide stadia

(eitjes, larven, poppen) in de leefomgeving van het dier (beddengoed, tapijt, ). Vaak vormen vlooien het hele jaar door een probleem. Ze kunnen zich immers makkelijk in enkele weken tijd voortplanten en zo de volledige

leefomgeving besmetten. Toch kennen infestaties een echte piek van april tot november. Vlooien zijn moeilijk op het dier waar te nemen omdat ze zich in hun vacht ophouden. Men ziet ze eigenlijk pas bij een ernstige infestatie.
Als de parasiet op het ogenblik van het onderzoek niet fysiek op het dier aanwezig is, kan men soms tussen de haren van de vacht uitwerpselen
vinden die eruit zien als kleine zwarte korreltjes. Kam de vacht van uw dier en veeg de kam vervolgens schoon met een nat watje of een stukje nat papier op de kam. Als het watje of het papier

rood/bruin kleurt, heeft uw dier last van vlooien. In dat geval is het uiterst belangrijk om niet enkel het besmette dier te behandelen, maar ook zijn leefomgeving, om de levenscyclus van de

vlo te doorbreken. Vraag daarvoor raad aan uw dierenarts. Hij kan u het juiste advies geven om uw dier zo snel en doeltreffend mogelijk van dit ongemak te verlossen. Tegenwoordig is er een ruim aanbod aan parasietwerende behandelingen beschikbaar waarmee u besmetting met deze dieren kunt voorkomen

en/of behandelen. Het is belangrijk om te onthouden dat vlooien ook de larve van een darmworm, Dipylidium caninum, op gezelschapsdieren kunnen overdragen.

De worm zal zich vervolgens in het dier verder ontwikkelen en zich voortplanten. Zo kan deze darmparasiet bij honden en katten soms ernstige

spijsverteringsstoornissen veroorzaken. Daarom is het dus belangrijk om dieren geregeld te ontwormen